Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de erfgenamen tijdens de vereffening een verklaring voor recht kunnen vorderen ten aanzien van een vordering die tot de nalatenschap behoort.

In deze zaak speelt de volgende vraag:

Kunnen de erfgenamen tijdens de vereffening een verklaring voor recht vorderen ten aanzien van een vordering die tot de nalatenschap behoort of is dat uitsluitend aan de vereffenaar?

Erfrecht. Procesrecht. Procesbevoegdheid. Verklaring voor recht. Voldoende belang. Vereffening. Verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap. Verjaring. Geldlening.

De rechter oordeelt als volgt.

Op de mondelinge behandeling van 4 september 2024 is door alle partijen bevestigd dat de vordering uit geldlening behoort tot de door het overlijden van erflater ontbonden huwelijksgemeenschap van de ouders van partijen.

Appellant is daarin als enig erfgenaam van erflater voor de helft gerechtigd en appellant en geïntimeerde samen als erfgenamen van erflaatster voor de andere helft.

De ontbonden huwelijksgemeenschap hoeft niet te worden vereffend volgens titel 6 afdeling 3 van Boek 4 BW, de nalatenschappen van erflater en erflaatster wel.

Op het moment van dagvaarding bij de rechtbank en ook nog op het moment van dagvaarding in hoger beroep bij het hof was de vereffenaar in de nalatenschappen van de ouders nog in functie en als partij in dit geding betrokken.

Inmiddels is gebleken dat de vereffenaar op 19 augustus 2024 de uitdelingslijst en de rekening en verantwoording in deze nalatenschappen heeft neergelegd op de griffie van de rechtbank en dat de uitdelingslijst verbindend is geworden omdat daartegen binnen de wettelijke termijn van een maand geen verzet is gedaan.

In januari 2025 heeft de vereffenaar de laatste schulden betaald en heeft hij de overgebleven goederen afgegeven aan appellant en geïntimeerde.

De vereffenaar speelt daarom geen rol meer in dit geding dat wordt voortgezet tussen appellant en geïntimeerde.

Zowel geïntimeerde als appellant vragen verklaringen voor recht over de verjaring van rechtsvorderingen tot aflossing van de geldlening, de betaling van rente daarover en de opeisbaarheid en de omvang van deze vorderingen.

Appellant vraagt voor het geval deze rechtsvorderingen geheel of deels verjaard zouden zijn ook nog een verklaring voor recht over toerekening bij een verdeling van deze vorderingen aan het aandeel van geïntimeerde in de ontbonden huwelijksgemeenschap (artikel 3:184 lid 1 BW).

Appellant vraagt ook geïntimeerde te veroordelen het door haar vanwege de geldlening verschuldigde bedrag te betalen aan hem of aan de vereffenaar.

Op grond van artikel 3:302 BW spreekt de rechter op vordering van een bij een rechtsverhouding betrokken persoon een verklaring voor recht uit over die rechtsverhouding.

Appellant en geïntimeerde zijn door erfopvolging deelgenoten in de ontbonden huwelijksgemeenschap van hun ouders.

Als onmiddellijk bij die rechtsverhouding betrokken personen kunnen zij de rechter vragen daarover een verklaring voor recht te geven.

Die verklaring voor recht kan gaan over de omvang van een vordering die tot die ontbonden huwelijksgemeenschap behoort, over de vraag of de rechtsvordering tot nakoming van die vordering verjaard is of juist niet en of op het aandeel van een deelgenoot ook kan worden toegerekend wat deze aan de gemeenschap is verschuldigd vanwege verjaarde vorderingen.

Dat wordt niet anders als – en zolang – in de nalatenschappen van erflater en erflaatster een vereffenaar optreedt.

De vereffenaar heeft tot taak die nalatenschappen, waartoe telkens een aandeel ter grootte van de helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort, te beheren en te vereffenen (artikel 4:211 lid 1 BW).

De vereffenaar vertegenwoordigt bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte de erfgenamen.

In de nalatenschap van erflater is dat appellant en in de nalatenschap van erflaatster zijn dat appellant en geïntimeerde samen (artikel 4:211 lid 2 BW).

Tijdens de vereffening zijn appellant als erfgenaam van zijn vader en appellant en geïntimeerde samen als erfgenamen van hun moeder bevoegd te beschikken over de goederen van de betreffende nalatenschap, zij het dat zij dat alleen kunnen als de vereffenaar meewerkt of de kantonrechter hun daartoe een machtiging geeft (artikel 4:211 lid 2 tweede zin BW).

Voor appellant is dat het beschikken over een aandeel ter grootte van de helft in de ontbonden huwelijksgemeenschap en voor appellant en geïntimeerde samen het beschikken over de andere helft daarin.

Appellant en geïntimeerde zijn dan ook samen – zij het met medewerking van de vereffenaar of vervangende machtiging van de kantonrechter – bevoegd de ontbonden huwelijksgemeenschap te verdelen.

Zodra de vereffening van de nalatenschappen van erflater en erflaatster is voltooid zijn zij zonder meer bevoegd als erfgenamen te beschikken over de aandelen in de ontbonden huwelijksgemeenschap en die te verdelen; de vereffenaar zal op dat moment de overgebleven goederen in beide nalatenschappen aan hen afgeven.

Die overgebleven goederen maken onderdeel uit van de ontbonden huwelijksgemeenschap.

Appellant en geïntimeerde hebben dus ook tijdens de vereffening van de nalatenschappen van hun ouders al een voldoende belang bij de gevraagde verklaringen voor recht.

De vereffenaar vertegenwoordigt bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in die nalatenschappen in rechte.

Het instellen van de rechtsvorderingen ter verkrijging van de verklaringen voor recht in deze procedure houden geen verband met de vervulling van de taak van de vereffenaar.

De vereffening verhindert dan ook niet dat appellant en geïntimeerde procesbevoegd zijn om die verklaringen voor recht te vragen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.