De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een vordering tot toegang tot een woning op basis van een testament.

Eiser heeft zijn vordering om toegang te krijgen tot het pand gebaseerd op het testament van erflaatster.

Hij betwist de buitengerechtelijke vernietiging van het testament en de vaststellingsovereenkomst.

Gedaagde moet dit aan de rechter voorleggen.

Eiser wijst erop dat het testament en de vaststellingsovereenkomst zijn opgesteld door een notaris.

Dit vormt een waarborg dat er geen sprake is van een wilsgebrek waardoor van een rechtsgeldige vernietiging geen sprake zal zijn.

Uit de vaststellingsovereenkomst volgt dat eiser het recht van gebruik en bewoning heeft met betrekking tot een gedeelte van het pand.

Hij heeft geen afstand gedaan van dit recht.

Erfrecht. Kort geding. Eiser vordert toegang tot woning op basis van een testament. Gebruik van woning. Wilsgebrek. Buitengerechtelijke vernietiging op grond van dwaling.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiser heeft zijn vordering om wederom toegang te krijgen tot het pand gebaseerd op het testament van erflaatster en op de vaststellingsovereenkomst van 29 december 2016.

Hieruit kan immers een recht van gebruik en bewoning worden afgeleid.

Gedaagde heeft echter de buitengerechtelijke vernietiging ingeroepen van het testament en de vaststellingsovereenkomst.

Indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel komt dat de vernietiging terecht is ingeroepen, vervalt de grondslag voor toewijzing van de vordering van eiser.

In dit geval is voorshands voldoende aannemelijk dat de bodemrechter tot het oordeel komt dat de vernietiging terecht is ingeroepen.

Gedaagde heeft immers voorshands aannemelijk gemaakt dat het pand en de verbouwingskosten niet door eiser aan erflaatster zijn geschonken, maar door B (van wie eiser enig erfgenaam was).

B heeft dit gedaan voor zijn overlijden.

Dat eiser (als erfgenaam) aan die schenking uitvoering heeft gegeven na het overlijden van B maakt niet dat eiser zelf gelden aan erflaatster ter beschikking heeft gesteld.

In zoverre is dus aannemelijk dat sprake was van dwaling aan de zijde van erflaatster bij het aangaan van het testament en de vaststellingsovereenkomst.

De voorzieningenrechter verwijst voorts naar de twee concept-vaststellingsovereenkomsten van mei en juni 2025.

Daarin wordt eveneens gesproken over dwaling.

Aan eiser kan worden toegegeven dat die overeenkomsten niet zijn ondertekend en daarom niet als ‘hard’ bewijs kunnen gelden, maar de tekst van de concepten vormt – mede gezien hetgeen is overwogen – wel een aanwijzing in de richting van dwaling.

Ook een afweging van belangen leidt ertoe dat de vordering om wederom toegang te krijgen tot het pand moet worden afgewezen.

Gedaagde heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat zij het pand te koop heeft gezet omdat zij anders de erfbelasting niet kan betalen.

Een verkoop is moeilijk zo niet onmogelijk indien eiser wederom zijn intrek zou nemen in het pand.

Ten aanzien van eiser geldt dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij zijn daadwerkelijke verblijfplaats.

Hij is in de zomer van 2025 voor langere tijd vertrokken naar A en heeft zich uitgeschreven bij de BRP.

Hij was weliswaar op de mondelinge behandeling van dit kort geding aanwezig, maar hij kon niet aan de hand van vliegtickets of rekeningafschriften aantonen dat hij thans op structurele basis in Nederland verblijft.

De betalingsbewijzen voor het verblijf in Nederland die eiser in het geding heeft gebracht zien slechts op een periode van drie weken, terwijl hij – naar eigen zeggen – in december 2025 en in januari 2026 in A heeft verbleven.

Niet kan worden uitgesloten dat hij dit kort geding aanhangig heeft gemaakt “als voet tussen de deur” omdat hij aanspraak wenst te maken op het genoemde bedrag van € 360.000,-.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.