De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek van de vereffenaar om toestemming voor het instellen van een gerechtelijke procedure tegen de langstlevende echtgenote en over de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van een vakantiehuis.

De vereffenaar heeft de kantonrechter toestemming verzocht om een procedure in te stellen tegen partij B.

In dat verband heeft de vereffenaar laten weten dat hij voornemens is om over te gaan tot verkoop van het vakantiehuis (hierna: het vakantiehuis), om deze procedure(s) te kunnen bekostigen.

Partij B heeft de kantonrechter daarop verzocht om op de voet van artikel 4:215 lid 2 BW een beslissing te nemen over de voorgenomen verkoop, aangezien zij hier bezwaar tegen heeft.

Erfrecht. Vereffening. Te gelde maken van een woning. Verzoek van vereffenaar tot toestemming voor de verkoop van een vakantiehuis. Bezwaar. Langstlevende. Certificaten van aandelen.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:215 lid 1 BW maakt de vereffenaar goederen van de nalatenschap te gelde voor zover dit nodig is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap.

Omtrent de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking treedt de vereffenaar zoveel mogelijk in overleg met de erfgenamen.

Als tegen de voorgenomen tegeldemaking bezwaren bestaan wordt de erfgenaam in de gelegenheid gesteld om een beslissing van de kantonrechter in te roepen (artikel 4:215 lid 2 BW).

Uit de stukken en de behandeling ter zitting is duidelijk naar voren gekomen dat de vereffening van de nalatenschap moeizaam verloopt.

De vereffenaar is drie jaar geleden benoemd maar het is in de afgelopen periode niet gelukt om met de erfgenamen/legatarissen in overleg tot afwikkeling van de nalatenschap te komen.

Het staat vast dat de omvang van de nalatenschap niet toereikend is om de schulden uit de legaten volledig te voldoen.

De vorderingen die de vereffenaar op partij B meent te hebben, belopen – zoals ter zitting is aangegeven – in totaal een bedrag van bijna € 1.000.000,-.

Het is niet gelukt om met partij B tot overeenstemming te komen over de vermeende vorderingen; zij neemt daarover een ander standpunt in.

De vereffenaar acht het daarom raadzaam een procedure in te stellen met betrekking tot deze vorderingen op partij B, en is in verband daarmee voornemens het vakantiehuis te gelde te maken.

De vereffenaar heeft aangegeven dat de belanghebbende kenbaar heeft gemaakt gelden voor de procedure beschikbaar te stellen in de vorm van een geldlening, onder de voorwaarde dat het vakantiehuis wordt verkocht.

De kantonrechter acht het noodzakelijk dat het vakantiehuis wordt verkocht.

Er moet duidelijkheid komen over de vorderingen op partij B, zodat een betere inschatting kan worden gemaakt van de omvang van de nalatenschap.

Vast staat dat er in de boedel onvoldoende liquiditeiten zijn om de advocaatkosten voor de procedure(s) te kunnen voldoen.

Verder is ter zitting vastgesteld dat, ook als de vorderingen op partij B volledig worden toegewezen, de nalatenschap nog steeds niet voldoende is om de schulden te kunnen betalen.

Dat betekent dat onroerend goed te gelde moet worden gemaakt, en dus in ieder geval het vakantiehuis zal moeten worden verkocht, nu verkoop van de garage – ook bij een WOZ-waarde van € 44.000,00 – daarvoor onvoldoende oplevert.

Het is begrijpelijk dat het vakantiehuis een emotionele waarde vertegenwoordigt, maar dit belang kan niet opwegen tegen het belang de nalatenschap op een juiste en voortvarende wijze af te wikkelen.

Daarbij komt dat de erflater juist met het oog op de bescherming van de financiële belangen van A en B – nu zij geen goederen uit de nalatenschap verkrijgen – hun verkrijgingen onder bewind heeft gesteld, zoals namens de bewindvoerder terecht is opgemerkt.

De verkoop van de certificaten van aandelen is niet aan de orde, nu de vereffenaar niet bevoegd is deze te gelde te maken.

Bovendien staat niet vast of de in de boedelbeschrijving opgenomen waarde ervan juist is en ook niet of de certificaten makkelijk liquide te maken zijn om daarmee de schulden van de nalatenschap te voldoen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar van partij B tegen de door de vereffenaar voorgenomen verkoop van het vakantiehuis ongegrond zal worden verklaard.

Het verzoek van de vereffenaar tot het verlenen van toestemming om een gerechtelijke procedure te voeren en een vordering in te stellen tegen partij B wordt toegewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.