De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een deelgenoot ontvankelijk was in een vordering die de deelgenoot meende te hebben op een andere deelgenoot met betrekking tot de nalatenschap.

Persoon 1 vordert samengevat een verklaring voor recht dat persoon 2 onrechtmatig jegens persoon 1 heeft gehandeld.

Inzet van de procedure is dat persoon 1 persoon 2 aansprakelijk houdt voor het koersverlies van een aandelenportefeuille behorend tot de nalatenschap van erflater.

Erfrecht. Ontvankelijkheid van een vordering die een deelgenoot meent te hebben op een andere deelgenoot met betrekking tot de nalatenschap. Onrechtmatige daad. Koersverlies van een aandelenportefeuille.

De rechter oordeelt als volgt.

Inzet van procedure A is dat persoon 1 persoon 2 aansprakelijk houdt voor het koersverlies van een aandelenportefeuille behorend tot de nalatenschap van erflater.

Volgens persoon 1 heeft persoon 2 nagelaten om haar te informeren over de omvang, samenstelling en het koersverloop van die portefeuille en heeft hij geweigerd om medewerking te verlenen aan verkoop van de aandelen toen persoon 1 hierop aandrong.

Inzet van procedure B is dat persoon 2 persoon 1 aansprakelijk houdt voor de door hem geleden schade als gevolg van de verkoop van de aandelenportefeuille van erflater door persoon 1 in mei 2024.

Volgens persoon 2 had persoon 1 geen aanspraken op de aandelen en had zij de aandelen niet mogen verkopen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft persoon 2 met een verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 6 april 2018 (HR:2018:535) betoogd dat persoon 1 niet ontvankelijk is in haar vorderingen in zaak A.

Hij stelt dat een vordering die een deelgenoot meent te hebben op een andere deelgenoot met betrekking tot de nalatenschap (inclusief een vordering die is gebaseerd op onrechtmatig handelen jegens de nalatenschap zoals in zaak A) op de voet van artikel 3:184 en 3:185 BW in de verdeling van de nalatenschap moet worden betrokken op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Gelet op voormeld verweer en het feit dat de ontvankelijkheid van persoon 1 en persoon 2 in zaken A respectievelijk B ook ambtshalve beoordeeld moet worden zal de rechtbank zaken A en B verwijzen naar de rol voor akte uitlating omtrent de ontvankelijkheid aan de zijde van beide partijen, zoals hierna geformuleerd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.