De A-G- bij het Parket bij de Hoge Raad heeft onlangs de vermindering van de legitieme bij de tweetrapsmaking besproken.

De A-G- bespreekt het in mindering brengen op de legitieme van alles wat de legitimaris krachtens erfrecht kan verkrijgen bij een tweetrapsmaking.

Erfrecht. Legitieme. Vermindering van de legitieme. Verwerping. Voorwaardelijke making. Tweetrapsmaking. Waarde van alles wat de legitimaris krachtens erfrecht kan verkrijgen.

De A-G overweegt als volgt.

In deze zaak draait het om art. 4:71 BW.

In cassatie wordt ter discussie gesteld het oordeel dat de voorwaardelijkheid van een erfrechtelijke making een drukkend effect heeft op “de waarde van al hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt” als bedoeld in art. 4:71 BW.

Deze bepaling luidt:

“De waarde van al hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt, komt in mindering van zijn legitieme portie.”

Een korte schets van de wetsgeschiedenis van deze bepaling is nuttig.

Daaruit blijkt dat de regering oorspronkelijk voor ogen had dat alleen onvoorwaardelijke makingen in mindering zouden komen op de legitieme portie en dat pas later is voorzien in een ruimere regel die voorwaardelijke makingen omvat.

Dat zit zo:

In het Ontwerp Meijers stond in art. 4.3.3.8 lid 1:

“Voor inkorting vatbare giften die een legitimaris tijdens het leven van de erflater heeft ontvangen, alsmede de aan hem zuiver gemaakte erfstellingen en legaten komen in mindering van zijn wettelijk erfdeel.”

De begeleidende toelichting luidde:

“Volgens het ontwerp zijn dit niet alleen de voor inkorting vatbare giften, die de legitimaris reeds tijdens het leven van de erflater ontvangen heeft, maar ook de zuiver gemaakte erfstellingen of legaten.

Dit is in overeenstemming met het door de Tweede Kamer op het 39ste vraagpunt gegeven antwoord.

Een erfstelling of legaat is zuiver, wanneer dit zonder tijdsbepaling, voorwaarde of last is gemaakt.

Door deze regeling wordt verkregen, dat de erflater in zijn testament zijn goederen tussen zijn kinderen kan verdelen of dat hij de één zijn goederen en de ander een uitkering in geld toekent.”

In het Gewijzigd Ontwerp van Wet pakte de regering het redactioneel anders aan.

Art. 4.3.3.8a lid 1 werd toegevoegd en luidde voor zover van belang als volgt:

“De navolgende makingen aan een legitimaris komen in mindering van zijn legitieme portie, ook wanneer hij de making verwerpt: zuiver gemaakte erfstellingen (…).

In de eerste nota van wijziging kwam men weer tot een enigszins andere redactie.

De wijziging in de redactie werd niet of nauwelijks toegelicht.

Art. 4.3.3.8a lid 1 kwam te luiden:

Een aan een legitimaris zuiver gemaakte erfstelling en al hetgeen hij verder als onvoorwaardelijk erfgenaam kan verkrijgen, komt in mindering van zijn legitieme portie, ook wanneer hij de nalatenschap verwerpt.

Mede in het kader van een vereenvoudigingsslag38 werd de bepaling vergaand gewijzigd, met de huidige redactie als resultaat, waarbij geldt dat voorwaardelijke makingen de legitimaris bij aanvaarding binden en in mindering komen op de legitieme portie aangezien de legitimaris deze ook “ongestraft” kan verwerpen.

Dit hangt ermee samen dat de legitieme portie bij deze wijziging slechts nog de vorm heeft van een geldvordering, die niet afdoet aan eventuele makingen zélf.

Het gaat er in deze benadering om, zo begrijp ik het, of de legitimaris per saldo voldoende waarde ontvangt.

De waarde van alles wat de legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt, komt in mindering van zijn legitieme.

Deze regel wordt thans in een nieuw artikel 8a uitdrukkelijk vooropgesteld.

Hij vormt het complement van hetgeen artikel 8 lid 1 voor giften aan legitimarissen bepaalt.

De legitimaris heeft recht op een onbezwaarde legitieme, op een zuivere en onbelaste bate.

De eenvoudigste wijze om dit recht te waarborgen is de legitimaris de bevoegdheid te geven andere dan zuivere en onbelaste makingen te verwerpen zonder zijn legitieme te verspelen. (…)

Zoals vermeld, heeft de legitimaris steeds recht op zijn onbezwaarde legitieme; verwerping van makingen die hem die onbezwaarde bate niet garanderen, laat zijn recht op de legitieme onaangetast.

Het lijkt mij gerechtvaardigd om daaraan de consequentie te verbinden dat de legitimaris, zo hij niettemin aanvaarding van een making als voormeld verkiest, aan de inhoud daarvan zonder beperking is gebonden; hiermee wordt een in Boek 4 ingezette ontwikkeling ten einde gedacht.

Het resultaat hiervan is derhalve dat indien de waarde van de aanvaarde voorwaardelijke of anderszins onzuivere making gelijk is aan of groter dan die van de legitieme portie, de legitimaris geheel is voldaan; is de waarde kleiner dan die van de legitieme dan heeft hij voor het verschil een aanspraak op de (overige) erfgenamen; zie hierover nader onder 6.

De legitieme geeft slechts recht op betaling van een geldsom, niet meer – zoals in het huidige recht en in het vastgestelde Boek 4 – op goederen van de nalatenschap.

Met de transformering van de legitieme tot een aanspraak op een geldbedrag wordt, naar het mij toeschijnt, de consequentie getrokken uit een reeds lang ingezette ontwikkeling.

Men denke, wat Boek 4 betreft, aan de omschrijving van de legitieme portie als waarde (artikel 4.3.3.1 lid 1), aan de voormelde – daarmee nauw samenhangende – regel inzake het legaat in geld ter voldoening aan de legitieme, alsmede aan de inkorting bij giften zoals neergelegd in artikel 4.3.3.14 lid 1.”39

Ik recapituleer.

De legitimaris krijgt als erfgenaam – anders dan onder het oude recht en anders dan in het oorspronkelijk NBW-ontwerp – de makingen zoals zij zijn, dus met eventuele voorwaarden.

De regeling van de legitieme portie doet niets af aan de inhoud van een making, waaronder dus eventuele voorwaarden.

De legitimaris verkrijgt uit hoofde van die regeling een geldvordering op de gezamenlijke erfgenamen indien dat wat hij heeft verkregen (nog) niet correspondeert met de legitieme portie.

Kortom, het gaat bij de legitieme portie om het resultaat in termen van waarde.

Dit staat eigenlijk ook al in art. 4:63 lid 1 BW:

“De legitieme portie van een legitimaris is het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater, waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken.”

Gelet hierop moet (in beginsel) rekening worden gehouden met het waarde-drukkende effect van eventuele voorwaarden aan een making, zoals in de literatuur algemeen wordt aangenomen.

Volgens mij is hiermee ook al de vraag beantwoord of bij de toepassing van art. 4:71 BW op voorwaardelijke makingen de zogenoemde außer Betracht-regel zou moeten toegepast.

Deze regel zou er in de kern op neerkomen dat de legitimaris een zogenoemde ‘inferieure making’ (zoals een voorwaardelijke making) kan ontlopen door verwerping van de nalatenschap, zodat het waarde-drukkende effect van een voorwaarde bij aanvaarding voor rekening van de legitimaris komt.

Dit is voor het Duitse erfrecht te vinden in § 2307 BGB.

De Nederlandse wet bevat geen bepaling als § 2307 BGB.

Art. 4:71 BW is daarentegen tot stand gekomen vanuit het oorspronkelijke vertrekpunt dat alleen de waarde van een onvoorwaardelijke verkrijging in mindering komt op de legitieme portie (zie hiervoor).

Nu is dit later bijgesteld, namelijk toen de legitieme portie in de loop van het wetgevingsproces werd beperkt tot een geldvordering, maar het is wat mij betreft wel een grote stap verder om bij de waardering van een voorwaardelijke verkrijging die voorwaarde buiten beschouwing te laten.

Daarmee wordt onder omstandigheden immers een resultaat bereikt waarbij de legitimaris – doordat hij de nalatenschap heeft aanvaard – feitelijk slechts een gering deel of zelfs niets van de legitieme portie ontvangt.

Mij is niet gebleken dat een dergelijke logica aan art. 4:71 BW ten grondslag ligt.

Art. 4:63 lid 1 BW wijst, als gezegd, op het tegendeel.

Weliswaar is in de wetsgeschiedenis (zie hiervoor) te vinden dat het de regering rechtvaardig voorkomt dat “de legitimaris, zo hij (…) aanvaarding van een making als voormeld verkiest, aan de inhoud daarvan zonder beperking is gebonden,” maar daar gaat het erom dat de legitimaris slechts een geldvordering verkrijgt en geen recht heeft op – in mijn woorden – ‘correctie’ van een making.

Dit zegt wat mij betreft niets over de waardering van een niet-verworpen voorwaardelijke making.

Verderop is immers te vinden dat “het resultaat” van deze opzet is “dat indien de waarde van de aanvaarde voorwaardelijke of anderszins onzuivere making gelijk is aan of groter dan die van de legitieme portie, de legitimaris geheel is voldaan” en dat als “de waarde kleiner is dan die van de legitieme dan heeft hij voor het verschil een aanspraak op de (overige) erfgenamen.”

Hieruit volgt niet dat van de voorwaarde moet worden geabstraheerd, wat onder omstandigheden vergaand nadelige gevolgen kan hebben voor de legitimaris.

Mij wordt niet duidelijk waarom dit in de Nederlandse context in het algemeen rechtvaardig zou zijn. Dat er bijzondere gevallen zijn waarin toepassing van de außer Betracht-regel juist rechtvaardig kan uitpakken, maakt dat niet anders.

Sommige auteurs stellen dat volgens art. 4:71 BW in mindering moet worden gebracht de waarde van alles wat de legitimaris werkelijk of daadwerkelijk krachtens erfrecht verkrijgt.

Gelet op wat ik hiervoor de resultaatgerichtheid van de legitieme portie noemde, kan ik mij hierin vinden.

Maar ik zou het net anders willen zeggen gelet op wat hiervoor aan de orde kwam: in mindering komt de werkelijke waarde (dus niet zonder meer de nominale waarde) van wat iemand krachtens erfrecht verkrijgt.

Wilt u de gehele conclusie bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.