De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een volledige proceskostenveroordeling wegens schending van de procesrechtelijke waarheidsplicht.

Partijen baseren hun vorderingen ten aanzien van de integrale kostenveroordeling op het door eisers bewust in strijd handelen met het in artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalde.

Erfrecht. Procesrecht. Rv. Volledige proceskostenveroordeling. Waarheidsplicht. Vordering tot vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte advocaat- en proceskosten.

De rechter oordeelt als volgt.

Zowel P als de executeur maken, wegens schending door eisers van artikel 21 Rv, dan wel onrechtmatig handelen, aanspraak op vergoeding door eisers van de volledige daadwerkelijk gemaakte advocaat-, adviseurs- en proceskosten.

Artikel 21 verplicht partijen de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen inmiddels vaststaat dat het op schrift gezette document pas achteraf, na het overlijden van gedaagde is opgesteld.

Daaruit volgt dat deze overeenkomst geantedateerd is en bovendien een valse handtekening van gedaagde bevat nu zij op dat moment al was overleden en die handtekening niet zelf meer heeft kunnen zetten.

Eisers worden geacht daarmee bekend te zijn geweest, nu zij wisten dat gedaagde op dat moment al was overleden.

Desondanks hebben eisers dat document welbewust in deze procedure als echt ingebracht en ten grondslag gelegd aan hun aanvankelijke vorderingen in conventie.

Daarmee hebben eisers bewust in strijd met de waarheid de rechtbank en de executeurs van erflater voorgelicht en geïnformeerd.

Dat levert handelen in strijd met artikel 21 Rv op.

Het verwijt dat eisers daarmee kan worden gemaakt is ernstig en raakt bovendien de kern van het geschil waarover aanvankelijk in conventie, voordat eisers de vorderingen introk, werd geprocedeerd.

Met de executeur is ook de rechtbank van oordeel dat deze laakbare handelwijze gesanctioneerd dient te worden met een veroordeling van eisers in de volledig ten aanzien van deze procedure door de executeur gemaakte proceskosten en de door de erven gemaakte adviseurskosten en gemaakte kosten ten behoeve van de nalatenschap.

De omstandigheid dat erflater en zijn erfgenaam in het pas na het overlijden van gedaagde opstellen en antedateren van de overeenkomst een rol hadden, heeft invloed op hun recht op een volledige proceskostenvergoeding.

Zij hebben, anders dan eisers, dit vervalste stuk niet in een procedure bij de rechtbank ingebracht en hun vorderingen daarop gebaseerd, maar erflater heeft met de wetenschap dat dit document op een later moment als een authentiek document zou kunnen worden gebruikt, zijn belang laten prevaleren boven dat van de waarheid.

Erflater zou gelet op dit handelen in een procedure waarin dit document wordt gebruikt zich nooit hebben kunnen beroepen op onbekendheid met het vervalste document of op het naar waarheid inlichten van de rechtbank (artikel 21 Rv).

Zijn erfgenamen volgen in deze de positie van erflater en zij hebben dus geen recht op integrale proceskostenvergoeding, maar alleen op het liquidatietarief.

De hoogte van de aan de zijde van de executeur en de erven gemaakte advocaatkosten van € 16.055,14 wordt niet betwist.

Eisers hebben ook toegezegd deze kosten te willen vergoeden.

Nu deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang ervan ook de rechtbank niet onredelijk voorkomt, is dit deel van het in reconventie gevorderde toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente als hierna vermeld.

Dat de executeur nadien nog advocaatkosten heeft gemaakt die eveneens integraal voor vergoeding in aanmerking komen, is geheel aannemelijk, omdat op 31 maart 2025 een mondelinge behandeling heeft plaatsgehad waarbij de executeur samen met overige gedaagden aanwezig waren en zij daarna op 7 mei 2025 nog een akte hebben genomen.

De executeur en overige gedaagden hebben recht op vergoeding van deze kosten die zij aan eisers nader dienen te specificeren.

Op het nog moeten maken van buitengerechtelijke kosten voor zover eisers niet aan een veroordeling tot vergoeding van de integrale kosten zal overgaan, kan verder niet worden vooruitgelopen.

Voor zover aanspraak wordt gemaakt op buitengerechtelijke kosten over proceskosten, zal het gevorderde niet worden toegewezen.

Daar komt bovendien nog bij dat eisers betaling van deze kosten heeft toegezegd.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt eisers veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de erven.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar zoals hierna in de beslissing vermeld.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten berekend over de proceskosten zijn niet toewijsbaar.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.