Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en over de vergoeding van de werkelijke gemaakte proceskosten.
De grief van verweerder richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat, gelet op de uitkomst van de zaak, geen grond bestaat voor toewijzing van de buitengerechtelijke kosten, en dat de proceskosten gelet op de familiebetrekking tussen partijen, tussen hen dienen te worden gecompenseerd.
Verweerder vordert een bedrag van € 9.199,01 aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede veroordeling van eiser in de (reëel gemaakte) proceskosten ad € 28.811,89 althans de forfaitaire kosten te vermeerderen met wettelijke rente
Erfrecht. Proceskosten. Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Advocaatkosten. Instructie van de zaak. Vergoeding van de werkelijke gemaakte proceskosten. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Voor wat betreft de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten overweegt het hof dat artikel 6:96 lid 3 BW bepaalt dat de regeling van de buitengerechtelijke incassokosten op de voet van artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW niet van toepassing is voor zover de regels van artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering betreffende de proceskosten van toepassing zijn.
Het gaat dan kort gezegd om de voorbereiding van de gedingstukken en de instructie van de zaak, waarvoor laatstgenoemde regeling een vergoeding pleegt in te sluiten.
Verweerder maakt aanspraak op álle advocaatkosten die hij – naar hij stelt -, voorafgaande aan de procedure heeft moeten maken.
Deze vordering is gelet op het wettelijk stelsel niet toewijsbaar.
Onder de instructie van de zaak valt al hetgeen de advocaat (of andere gemachtigde) moet doen om zich een beeld te vormen van de zaak, de daarop eventueel te baseren rechtsvorderingen, en de proceskansen; feitenvergaring (gesprekken met de cliënt, bestudering van door hem aangeleverde stukken); juridische analyse van de feiten (inclusief bestudering van literatuur en jurisprudentie); bewijsgaring (ondervraging van potentiële getuigen, recherche in openbare registers).
Onder voorbereiding van de gedingstukken valt te vatten de daaropvolgende ordening en selectie van het vergaarde materiaal, uitmondend in het concipiëren van de dagvaarding, en de selectie van de daarbij over te leggen bewijsstukken.
Naar het oordeel van het hof heeft verweerder onvoldoende onderbouwd dat het door hem opgevoerde bedrag andere kosten betroffen dan de hiervoor genoemde verrichtingen.
In dit verband heeft eiser ook nog terecht gewezen op de redelijkheid van de omvang van de kosten, die ook beoordeeld moet worden in het licht van het financiële belang van de zaak.
Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van de reële proceskosten is het hof eveneens van oordeel dat verweerder zijn vordering onvoldoende heeft onderbouwd, zodat deze dient te worden afgewezen.
De vordering tot vergoeding van werkelijke proceskosten is – behoudens hier niet aan de orde zijnde wettelijke uitzonderingen – alleen toewijsbaar ingeval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen.
Daarvan is eerst sprake indien het instellen van die vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had dienen te blijven.
Hiervan kan pas sprake zijn, indien de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden.
Daarbij past terughoudendheid, gelet op het recht van toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM (zie HR 6 april 2012 LJN: BV7828).
In dit geval is gesteld noch gebleken dat eiser willens en wetens onjuiste feiten aan haar vorderingen/verweren ten grondslag heeft gelegd.
Gelet op het gegeven dat partijen broer en zus zijn, is de rechtbank naar het oordeel van het hof terecht tot het oordeel gekomen dat de proceskosten tussen partijen dienen te worden gecompenseerd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.