Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag op wie de bewijslast rust ten aanzien van de stelling dat sprake is van een geldlening bij gemotiveerde betwisting.
Appellant en appellante stellen dat het bedrag van € 295.000,00 door A aan geïntimeerde is geleend en dat geïntimeerde dit geld aan hen, als erfgenamen van A, moet terugbetalen.
Erfrecht. Bewijsrecht. Stelplicht en bewijslast. Is er sprake van een geldlening of van een schenking? Bewijslast ten aanzien van de stelling dat sprake is van een geldlening.
De rechter oordeelt als volgt.
Appellant en appellante stellen dat het bedrag van € 295.000,00 door A aan geïntimeerde is geleend en dat geïntimeerde dit geld aan hen, als erfgenamen van A, moet terugbetalen.
Nu appellant en appellante zich beroepen op rechtsgevolgen van dat feit, dragen zij de bewijslast ervan.
Het hof vindt dat de rechtbank in het vonnis van 24 januari 2024 ten onrechte heeft geoordeeld dat [appellant] en [appellante] op voorhand zijn geslaagd in het bewijs van de door hen gestelde geldlening gezien de gemotiveerde betwisting door geïntimeerde.
Op dat moment hadden appellant en appellante ter onderbouwing van hun stelling naar voren gebracht dat A in de echtscheidingsprocedure met C de betalingen herhaaldelijk een lening aan zijn broer heeft genoemd, wat door de rechtbank in de echtscheidingsbeschikking is overgenomen, en bovendien dat in zijn IB-aangiften 2016 en 2017 wordt gesproken over uitgeleend geld.
Geïntimeerde heeft de stelling van appellant en appellante gemotiveerd betwist onder andere door te wijzen op het feit dat na 2017 geen lening meer in de IB-aangiften van A is opgenomen, de betalingen zijn gedaan aan de B.V., de betalingen schenkingen waren en dat hij niet is gebonden door wat A zelf in de echtscheidingsprocedure met C heeft gezegd of in zijn belastingaangifte heeft opgenomen.
De betwisting van geïntimeerde was dusdanig gemotiveerd dat het hof vindt dat er geen aanleiding was te concluderen dat appellant en appellante op voorhand zijn geslaagd in hun bewijs en om [geïntimeerde] toe te laten tot tegenbewijs.
Uitgangspunt voor het hof is dus dat appellant en appellante de bewijslast dragen van hun stelling dat sprake is van een geldlening aan geïntimeerde.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.