De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een verdeling van een nalatenschap nietig was omdat niet alle deelgenoten aan de verdeling hadden deelgenomen.

Eiseres vordert een verklaring voor recht dat er sprake is van een nietige verdeling.

Eiseres legt hieraan ten grondslag dat noch haar vader, noch eiseres, als zijn rechtsopvolger onder algemene titel, in de verdeling van de nalatenschap van erflaatster zijn betrokken zodat de verdeling op grond van artikel 3:195 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van rechtswege nietig is.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Nietige verdeling? Hebben alle deelgenoten deelgenomen aan de verdeling? Goede trouw. Nadeel. Terugbetalingsverplichting?

De rechter oordeelt als volgt.

Artikel 3:195 lid 1 BW bepaalt dat een verdeling waaraan niet alle deelgenoten en alle andere personen wiens medewerking vereist was, hebben deelgenomen, nietig is, tenzij zij is geschied bij een notariële akte, in welk geval zij slechts kan worden vernietigd op vordering van degene die niet aan de verdeling heeft deelgenomen.

Nu vaststaat dat de verdeling niet in een notariële akte is vastgelegd en dat eiseres niet aan de verdeling heeft deelgenomen, is de verdeling nietig.

Eventuele goede trouw doet daar niet aan af, aangezien er geen rechtsgeldige verdeling tot stand is gekomen.

Een nietige rechtshandeling is immers nooit geldig geweest.

In deze zaak is in geschil of de deelgenoten te goeder trouw waren bij de verdeling van de nalatenschap van erflaatster.

Uit de stellingen van gedaagden leidt de rechtbank af dat de nalatenschap van erflaatster na de levering van de woning van erflaatster is verdeeld door de uitbetaling door de notaris aan gedaagden en dat er geen andere verdelingshandelingen hebben plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat gedaagden tijdens de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning van erflaatster te goeder trouw handelden als bedoeld in artikel 1:207 lid 5 BW.

Nu gedaagden te goeder trouw zijn geweest op het moment van verdeling van de nalatenschap van erflaatster, worden de door gedaagden verkregen rechten niet geschaad (zie artikel 1:207 lid 5, tweede volzin, BW).

Hoewel sprake is van een nietige verdeling, brengt het bepaalde in artikel 1:207 lid 5, tweede volzin, BW mee dat er geen verplichting tot terugbetaling voor gedaagden ontstaat.

Nu vaststaat dat de nalatenschap van erflaatster is verdeeld met de verdeling van de verkoopopbrengst van de woning en er geen verplichting tot terugbetaling voor de deelgenoten bestaat, heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank geen belang bij haar vorderingen.

De nietigheid van de verdeling heeft immers geen gevolgen doordat is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:207 lid 5, tweede volzin, BW.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.